-Van Sophia tot Maria – Annine van der Meer

Van Sophia tot Maria
De wedergeboorte van de verborgen Moeder in de 21ste eeuw

Auteur: Annine van der Meer
Boekvorm: paperback, geïllustreerd
Pagina’s: 480
Uitgever: A3 Boeken
Uitgebracht: 2008
ISBN: 978.90.7740.855.1


Bespreking:
Al eeuwenlang kennen we God als het manlijk principe, maar in een ver verleden was het anders. Toen was er ook sprake van de Godin, samen vormden ze een androgyne godheid. Tot er een moment kwam, waarop de Godin geen rol meer mocht spelen, ook de priesteressen moesten een ondergeschikte rol gaan spelen. Om helemaal zeker te zijn dat de godinnen niet meer terug zouden keren in het pantheon, kregen ze een negatief imago toebedeeld. Voortaan werden de godinnen beschouwd als personificatie van het kwade en werden hun priesteressen beschuldigd van prostitutie. Bijbelse voorbeelden hiervan zijn Eva en Maria Magdalena volgens godsdiensthistoricus en theoloog Annine van der Meer in haar boek “Van Sophia tot Maria”, uitgave van A3 boeken. Doch door de ontdekking van de Nag Hammadi-geschriften werd bekend dat het vrouwelijke element nog altijd aanwezig was gebleven in het vroege christendom. Hoogste tijd voor eerherstel van dit vrouwelijke principe, aldus Annine van der Meer. Met dit boek zet ze in feite het werk voort van Prof. Dr. Gilles Quispel, de bekende geleerde, die vermaardheid verwierf met het vertalen van de Nag Hammadi rollen.

Wat direct opvalt aan “Van Sophia tot Maria” is de mooie symbolische opzet. Ooit waren er tempels gewijd aan Sophia. In het Bijbelboek Spreuken (Spr.9:1) is daar een aanwijzing voor te vinden. Daar staat geschreven: “De Wijsheid bouwt haar huis(tempel); zeven zuilen heeft zij uitgekapt”. Uit deze tekst blijkt dat Sophia de bouwmeester is, die werkzaam is als de uitvoerster van de scheppergod. Zich baserend op deze tekst wil Annine van der Meer in dit boek deze tempel voor de voor de vrouwelijke God herstellen en dat doet ze bijna letterlijk. De auteur begint met de uitleg door middel van de vier hoekstenen, vervolgens richt ze de zeven zuilen op, één voor iedere stroming, waarin Sophia een belangrijke rol speelde. Tijdens de bouw volgt Van der Meer het interessante spoor van de ontwikkeling van de Sophia ofwel Wijsheid, waarvoor haar fascinatie voor het eerst werd gewekt tijdens een lezing over Sophia van Prof. Gilles Quispel. Hij was destijds hoogleraar geschiedenis van het vroege christendom. Als gevolg van die lezing ging Van der Meer na haar studie geschiedenis theologie studeren en toen raakte ze helemaal in de ban van Sophia.

Van der Meer leerde dat God van oorsprong niet alleen was, maar dat Hij een vrouw had genaamd Sophia, de overdraagster van de kennis over de eeuwigheid. Deze denkwijze kwam al voor bij de Egyptenaren, maar ook in het Jodendom was een vrouwelijke godheid aanwezig. De god, die later bekend werd als Jahwe, was de zoon van deze oergod en oergodin en ook hij had een vrouwelijke partner. Echter, na de verwoesting van de eerste Tempel door de Babyloniërs was er geen plaats meer voor Sophia en sindsdien was er alleen nog maar sprake van één godheid, de manlijke god Jahwe. De vrouwelijke kant werd meer en meer vermannelijkt en dat vond – en vindt nog tot op de dag van vandaag- zijn reflectie in de maatschappij. Toch is Sophia in het Oude Testament nog op verschillende plaatsen terug te vinden, zoals in Spreuken, Prediker en Job, want zo ontdekte de auteur, Sophia manifesteerde zich op meerdere wijzen. Behalve als kosmische godin en de gemalin van de oergod zijn ook de Heilige Geest en de Moeder Gods manifestaties van Sophia. Ook de latere Kerkvaders, vooral Epiphanius, maakten zich schuldig aan vele verwoede pogingen om Sophia te vernietigen en aanvankelijk leek ze ook te zijn verdwenen. In werkelijkheid leefde ze in het verborgen voort in gnostiek en nog later in de Middeleeuwen was zij aanwezig bij mystici als Jacob Böhme en Hildegard von Bingen.

De zoektocht naar Sophia voerde de auteur langs eeuwenoude mythen en symbolen, die refereerden aan Sophia. Ze vervolgde haar zoektocht door de Bijbel en apocriefe teksten te bestuderen. Al deze facetten worden uitvoerig besproken in “Van Sophia tot Maria”. Begrijpelijkerwijs krijgt de gnostiek in dit boek bijzonder veel aandacht. “Van Sophia tot Maria”is een zeer leerzaam boek geworden. Het is een gedegen studie, voorzien van uitgebreide notaties. Dit boek leert de lezer dat de herontdekking van de Sophia, die nog altijd werkzaam is gebleven, onontbeerlijk is als wij onze geestelijke eenheid weer willen voltooien.

Beoordeling: X X X X X Uitstekend

%d bloggers liken dit: