-Essays over de ziel -Robert Lemm

Lemm- de zielEssays over de ziel

Auteur:Robert lemm
Boekvorm: paperback
Pagina’s: 182
Uitgever: de Blauwe Tijger
Uitgebracht: juli 2014
ISBN: 978.90.8211.338.5

 

Bespreking:Er is in de mensen een verlangen naar goedheid, dat verlangen strekt zich uit over het leven, de wereld, het universum. Het leven moet zinvol zijn, de wereld moet een doel hebben, en zo kom je bij een voorzienigheid, bij God.” Deze fraaie woorden schrijft Lemm in zijn boek “Essays over de ziel”, uitgegeven bij de Blauwe Tijger.

In een aantal boeiende verhandelingen geeft Lemm zijn visie op onze omgang met de ziel. Het bestaan van dit mysterieuze fenomeen –of misschien wel het ontbreken ervan- fascineert de mensheid al eeuwen lang. Volgens Lemm bestaat de mens niet zonder ziel. Een universum zonder zielen zou liefdeloos zijn. Geloven in een ziel betekent ook geloven in een God en God is nodig om de mensen met elkaar verbonden te houden.

Wie het werk van Robert Lemm kent, weet dat de auteur twee grote liefdes heeft: Spanje – hij is hispanist; en het geloof – hij is een kritische volgeling van de Rooms Katholieke Kerk. Zo ook in “Essays over de ziel”, waarin het geloof het hoofdthema is, maar waarin ook Spanje rijkelijk vertegenwoordigd is. Het is aanwezig in de essays over de Inquisitie en de Spaanse Burgeroorlog, maar ook door de hele bundel in de hoedanigheid van de Spaanse auteur Miguel de Unamuno. Bijzonder interessant is het essay over Cervantes’ Don Quijote die door Unamuno uitvoerig geanalyseerd is. Een andere liefde van Lemm, die voor de Argentijnse auteur Jorge Luis Borges krijgt gestalte in het opvallende essay “Heeft Umberto Eco een anti-Borges boek willen schrijven?”. Daarin zet Robert Lemm zijn theorie uiteen dat niemand minder dan Borges schuil gaat achter de moordenaar Jorge de Burgos, het personage in het boek “In de naam van de roos” door Umberto Eco.

Doch de kritische houding van de auteur ten aanzien van de Roomse Kerk vormt de grondslag voor deze bundel. Voor Lemm schiet het protestantisme te kort. De relatie met God is bij de Protestanten een relatie op grote afstand en zo ervaart hij zelf het geloof niet. Geen onbegrijpelijke gedachtegang. Wie gelooft in het bestaan van de ziel, komt veelal bij de Katholieke Kerk uit. Daar is het belijden van het geloof nog omgeven met rituelen en met mystiek en de ziel is een mystiek wezen. Althans zo was het. Net als de maatschappij heeft ook de Kerk haar standpunt ten aanzien van de ziel veranderd. Door de opkomst van de wetenschap en daarmee de drang om alles om ons heen te bewijzen, heeft de ziel als onbewijsbaar object geen bestaansrecht meer. Dat geldt ook voor God. Lemm is diep teleurgesteld in de nieuwe houding van zijn kerk. Tussen de regels door is zelfs woede te lezen tussen de regels als hij schrijft over het besluit tijdens het Tweede Vaticaans Concilie om in de nieuwe liturgie “mijn ziel” te vervangen door “ik”. De Kerk vond tevens dat de aandacht meer moest gaan naar “een nieuwe aarde voor allen” dan dat men zich richtte op een leven in het hiernamaals. De Kerk mag dan met haar tijd zijn meegegaan, het gevolg is wel dat ze is te veel verwereldlijkt, aldus Lemm.

Een boude stelling, omdat een veelgehoorde klacht is dat de kerken juist stil zijn blijven staan. Nu de mens steeds zelfstandiger is gaan denken, blijven de kerken op essentiële vragen, waarvoor geen wetenschappelijke bewijzen zijn, het antwoord schuldig, omdat zij niet willen hervormen. Mondigheid past de gelovigen niet, zij hebben slechts te accepteren wat de kerk voorschrijft, ook al roept die leer vele vragen op.

In “Essays over de ziel” trekt Lemm ten strijde tegen de huidige houding van de Roomse Kerk, want door die instelling gaan mensen elders op zoek naar antwoorden. “De afschuw van de dood en het niets zal altijd blijven, en daarom zal men zich altijd voorstellingen blijven maken van het hiernamaals”, schrijft Lemm. Dat schept ruimte voor zaken als het spiritisme en de vrijmetselarij. Stromingen die niet hoeven te rekenen op veel sympathie bij de auteur. Over de spirituele ervaring die Paulus raakte op de weg naar Damascus schrijft hij: “Het contact met de bovennatuurlijke wereld was voor hem niet de voorwaarde om te geloven; hij geloofde al, en de verrukking beschouwde hij als een extra.” Dat is mooi geformuleerd, maar het geldt helaas niet voor iedereen.

In zekere zin heeft hij gelijk als hij met betrekking tot het spiritisme schrijft:“Als geesten zich kenbaar willen maken, zullen ze de weg naar de stervelingen wel weten te vinden, dan zullen ze daar een bedoeling mee hebben, een bedoeling die – meestal – persoonlijk zal zijn.” En met betrekking tot de vrijmetselarij:“…één van haar voornaamste doelen was het neerhalen van de Rooms-katholieke Kerk. […] De vrijmetselarij is een geheime organisatie die op politieke macht uit is en die een filosofie ontwerpt om haar streven te heiligen.” Maar dat wil niet zeggen dat die stromingen per definitie een slechte manier zijn om tot het geloof te komen of om meer inzicht in de zingeving van het leven te krijgen en dat de kerk de enige juiste weg is om tot geloof te komen. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden en zou dat niet het geval zijn, dan zou dat betekenen dat de pelgrim aan zijn lot wordt overgelaten en dat kan nooit de bedoeling zijn als je gelooft in de Genade Gods.

Voor Lemm is Jezus Christus de ware vorst en deze godsdienst heeft de Kerk nodig, anders verwatert ze, vindt hij. In ons land heeft de scheiding tussen Kerk en Staat zich lang geleden voltrokken, maar de Staat kan de Kerk in geestelijk opzicht niet vervangen.“Essays over de ziel” is daarom meer een oproep gericht aan de Katholieke Kerk om haar huidige standpunten te veranderen en terug te keren naar haar vroegere orthodoxe houding. “De christen weet dat na dit leven een ander leven wacht, en dat andere leven moet weer meer in de aandacht komen.” De mystiek is belangrijk en moet weer terugkeren binnen de Kerk. De mystiek is ook een belangrijke draad in het essay “Het graf van Don Quijote”. Des te opmerkelijker dat de auteur dan wel de gedachtegangen van Swedenborg over de ziel onder de loep neemt. Deze wetenschapper, mysticus en theoloog neemt bij veel spiritisten en binnen de esoterische leer een belangrijke plaats in, doch binnen de godsdienstwetenschappen worden zijn leerstellingen niet echt beschouwd als theologische leerstof. Swedenborg bleef echter, ondanks alle nieuwe invloeden in zijn tijd, een man van de rede en dat spreekt Lemm aan en niet alleen Lemm, maar ook – teruggaand in het verleden – Unamuno en Borges.

Om zijn stelling dat het geloof een centrale functie in de maatschappij heeft en daarom onmisbaar is voor de mens, nogmaals te onderstrepen, heeft Robert Lemm in de bundel ook een essay gewijd aan psychiater en dichter H.C. Rümke en zijn zoektocht naar God. Rümke benaderde het geloof niet vanuit theologische hoek, maar vanuit de psychiatrie en hij kwam tot de conclusie dat religie een belangrijk element is voor zowel de mens, als voor de samenleving. “Wie niet tot echt geloof komt, heeft een ontwikkelingsstoornis opgelopen”, luidt één van zijn uitspraken. Net als Lemm stelde Rümke vast dat de maatschappij die teveel verbrokkeld is geraakt, alleen weer een eenheid kan worden door het geloof.

“Essays over de ziel” is een indrukwekkend boek. Het is literair en filosofisch tegelijk en toch, zoals gebruikelijk bij Robert Lemm, helder geschreven. De bundel is geen pleidooi voor het Rooms Katholieke geloof, maar deze essays bieden ongetwijfeld stof tot discussie.

 

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties
%d bloggers liken dit: