-Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010 -Jaap Goedegebuure

Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010

Auteur: Jaap Goedegebuure
Boekvorm: paperback
Pagina’s: 207
Uitgever: Vantilt
Uitgebracht: 2010
ISBN: 978.94.6004.054.2

 

 

 

Bespreking: Na een periode, waarin de aandacht voor religie afgenomen was, trad er in begin jaren tachtig een kentering op. Frans Kellendonk en Oek de Jong waren de initiatiefnemers tot de bundel ”Over God”, waarin zeven auteurs zich uitlieten over God en religie. Het was dit boek dat zorgde voor de omwenteling, waardoor religie weer mocht in de literatuur. Daarom werd deze tijdsperiode het uitgangspunt voor Jaap Goedegebuure in zijn nieuwe boek “Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010”. Verschenen bij uitgeverij Vantilt. In dit boek heeft de auteur niet gekozen voor bekende namen als Maarten het Hart of Jan Siebelink, omdat het hem niet gaat om schrijvers, die willen afrekenen met hun ervaringen op gebied van religie, maar juist om schrijvers, die hun reflectie op de religie literair weten vorm te geven. Dat impliceert niet dat zij allen automatisch een goede verstandhouding hebben met religie. Voor sommigen als Kellendonk en de dichter C.O.Jellema heeft de kerk zelfs afgedaan; anderen, waaronder de dichteres Maria van Daalen zochten hun heil bij de mystiek en de dichter Hans Faverey liet zich inspireren door het Zenboeddhisme. Om enkele schrijvers te noemen, die in het boek besproken worden. Natuurlijk mag Gerard Reve niet ontbreken in dit boek, aangezien Reve als voorloper wordt beschouwd van dit nieuwe tijdperk, maar zijn aandeel is van bescheiden omvang in tegenstelling tot de bijdragen over Kellendonk, die eigenlijk een rol speelt door het hele boek.

Jaap Goedegebuure, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde, heeft zich in het verleden al meermaals beziggehouden met het thema Nederlandse schrijvers en religie en heeft daarover ook al diverse essays over geschreven. Er kan dus rustig gesteld worden dat hij thuis is in de materie. Zijn eigen achtergrond is de Gereformeerde Bond, een orthodox- calvinistische stroming van de Nederlandse Hervormde Kerk. Zelf heeft hij na enige tijd de kerk achter zich gelaten, doch de fascinatie voor het calvinisme bleef bestaan. Mede dankzij zijn ouders, die later overgingen naar een meer gematigder kerk. In “Nederlandse schrijvers en religie” beperkt Goedegebuure zich echter niet tot de auteurs, die beïnvloed zijn door één bepaalde religieuze stroming, zoals het christendom, maar biedt hij de lezer inzicht in de diverse spirituele richtingen, waardoor de auteurs zich hebben laten leiden. Deze analyses doet hij aan de hand van enkelen van hun literaire werken.

Schrijversprofielen zijn ingedeeld in katholiek, protestant en mystiek en door middel van het profiel over Andreas Burnier is er ook aandacht voor het Joodse geloof. Verder lieten Oek de Jong en Hans Faverey zich beiden inspireren door de filosofen. Voor Faverey viel het filosofische gedachtegoed van Zeno en Heraclitus zelfs goed te combineren met het Zenboeddhisme. De invalshoeken lijken verschillend, toch zijn er overeenkomsten aan te wijzen in de religieuze belevingswereld van de auteurs. Zo is de Maagd Maria voor de mystieke dichteres Maria van Daalen dezelfde liefdes- en vruchtbaarheidsgodin, die zij ook is voor de katholieke Gerard Reve. Van Daalen is tweeledig in haar opvattingen, ze is zowel mystiek als aards ingesteld. Haar mystieke ervaringen zijn tevens lijfelijke ervaringen, omdat extase volgens haar wordt bereikt in de lichamelijke vereniging met de beminde. Die samenhang tussen religie en erotiek is bij meer auteurs  is terug te vinden, ook  Gerard Reve, Willem Jan Otten en  Kees Ouwens ervoeren diezelfde overeenkomstigheid. Het is die dualiteit, waar doorgaans velen zich voor geplaatst zien staan, wanneer zij hun bewustzijn ontwikkelen. Voor de één zijn die twee ervaringen met elkaar te vergelijken, voor de ander leveren die ervaringen strijd met elkaar vermengd met schuld en schaamte.

Religie of mystiek, bekeerlingen of afvalligen, literaire auteurs zijn van oudsher bezig geweest om hun religieuze en spirituele ervaringen een weerklank te laten vinden in hun werken. Soms zijn er periodes dat dit meer versluierd gebeurt, dan weer zijn er periodes aan te wijzen, waarin openlijker deze ervaringen gestalte mogen krijgen. Jaap Goedegebuure heeft gekozen voor de periode 1960 tot en met 2010, toen er weer zo een nieuwe opbloei kwam en op bijna filosofische wijze ontrafelt hij welke rol van betekenis religie of mystiek heeft gespeeld voor een aantal schrijvers  in hun denken en daarmee een plek kregen in hun literaire werken. Door de aandacht van de auteur voor verschillende religieuze stromingen is dit boek niet alleen interessant voor theologen of letterkundigen, maar ook voor lezers, die nog op zoek om hun religieuze ervaringen een plaats in hun eigen leven te geven.

Beoordeling: X X X X Zeer goed

Advertenties
%d bloggers liken dit: