-De geheimen van Gizeh -Theo Arosius

De geheimen van Gizeh
De mysterieuze betekenis van getallen

Auteur: Theo Arosius
Boekvorm:Paperback, zwart-wit illustraties
Pagina’s: 188
Uitgever: Aspekt
Uitgebracht: najaar 2011
ISBN:978.90.5911.973.4


Bespreking
:
De Grote Piramide van Gizeh behoort al eeuwen lang tot één van de zeven wereldwonderen en tot op de dag van vandaag blijft dit fenomeen de mensheid bezig houden. Ondanks veel onderzoek is het aantal theorieën over de ware reden voor de bouw van dit machtige monument nog altijd groeiende. Ook historicus Theo Arosius raakte gefascineerd door de geheimen die deze piramide zou verbergen en hij verdiepte zich in de wereld van de Egyptische bouwers. Hij vergeleek diverse theorieën met elkaar, waarbij zijn aandacht vooral uitging naar de Egyptische wiskunde. In zijn boek “De geheimen van Gizeh” onlangs uitgegeven bij Aspekt, ontsluiert de auteur zijn conclusies. Eén van die uitkomsten is dat de Egyptenaren kundiger waren op het gebied van de wiskunde dan algemeen verondersteld wordt. Een andere conclusie is dat volgens Arosius er een duidelijke relatie bestond tussen religie en de wiskunde.

In de wereld van de Egyptenaren speelden religie een grote rol, niet zo opmerkelijk dus dat getalleen ook goddelijk waren en zelfs goddelijke personen vertegenwoordigden. Zo stond het getal 3 voor Isis, 4 voor Osiris en de 5 voor hun zoon Horus. Maar er is meer, het getal 5 blijkt namelijk ook symbool te staan voor het Hiernamaals en onsterfelijkheid was voor de Egyptenaren nog belangrijker dan het aardse leven dat immers maar tijdelijk was. De belangrijkste informatiebron voor zijn theorie is de zogeheten Rhind-papyrus. Deze rol bevat het rekenboek van Ahmes, een leerboek voor de Egyptische wiskunde. Daaruit blijkt dat het getal 2 het belangrijkste cijfer was, waarmee de Egyptenaren werkten. Aan de hand van verschillende voorbeelden toont Arosius hoe vaardig de Egyptenaren berekeningen konden maken door “slechts”uit te gaan van het getal 2. Veel dingen verschijnen immers als paren om ons heen, zo concludeerden de Egyptenaren eeuwen geleden. Man en vrouw, goed en kwaad, ect. Al verder lezend in het boek “De geheimen van Gizeh” ontvouwt zich voor de ogen van de lezer een nieuwe rij van belangrijke getallen, een equivalent voor de alom bekende Fibonacci-rij: de zogenaamde Egyptische rij, waarin de getallen 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 11 de belangrijkste waarden vertegenwoordigden.

Theo Arosius weet op een aangename manier de Egyptische wiskunde onder de aandacht van de lezer te brengen. Door de rekenkundige uitleg zo simpel mogelijk te houden en af te wisselen met fascinerende achtergrond informatie over de denkbeelden van de oude Egyptenaren blijft het boek ook interessant om gelezen te worden door niet-wiskundigen. Zelfs als de rekenkundige voorbeelden worden overgeslagen, blijft het verhaal nog goed te volgen. Toch beseft hij terdege dat ook hij de antwoorden niet heeft en dat zijn stellingen ongetwijfeld ook weer vragen zal oproepen. Daarom baseert hij zijn conclusies zoveel mogelijk op aanwijsbare factoren, zoals maten en afmetingen, die terug te vinden zijn in de Grote Piramide. De auteur laat zich dan ook niet in met de al heersende theorieën over de invloed van de sterren op de ligging van de piramides. Hij laat die theorieën voor wat ze zijn, een mogelijke verklaring. Slechts op het einde waagt Arosius het heel even om te speculeren over de sfinx en over de betekenis van de kamers in de Grote Piramide van Gizeh. Vooral dat laatste leidt tot een verrassende conclusie: wat nu als de kamers het lichaam van de levende Godheid verbeelden? Kortom in “De geheimen van Gizeh” worden weliswaar ook niet alle geheimen onthuld, maar is er wel een sluier verdwenen, namelijk die hing over de mysterieuze betekenis van de getallen.

Beoordeling: X X X X X Uitstekend

%d bloggers liken dit: